Stimuleer gebieds- en wijkgerichte samenwerkingsverbanden

De energietransitie heeft impact op iedereen. Zo moeten woningeigenaren investeren in het aanpassen van hun woning, moeten mensen anders gaan koken en kan het uiterlijk van de wijk significant veranderen. Het tijdig betrekken van inwoners is daarom van essentieel belang om hen voor te bereiden op wat er komen gaat. Dit versterkt tevens de bewustwording over de energietransitie en sluit aan bij een van de basisuitgangspunten van de Omgevingswet: de participatie van burgers in de beleidsvorming.

De mogelijkheden voor duurzame energievoorzieningen zijn vaak sterk afhankelijk van de regio of de lokale omgeving. Door wijk- of gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden te stimuleren, krijgen inwoners een rol bij de keuze voor een nieuw energiesysteem in hun gebied. Wijkgerichte samenwerkingsverbanden kunnen zelfs uitgroeien tot initiatieven die het heft in eigen hand nemen door collectief duurzame energiemaatregelen in te kopen. Ook kunnen zij het best andere bewoners enthousiast maken voor de energietransitie. Energiecoöperaties vervullen die functie nu meestal al gemeente-breed, maar vaak nog niet op wijkniveau.

Bij het stimuleren van wijkgerichte samenwerkingsverbanden die (mede)verantwoordelijkheid nemen voor de energietransitie spelen onder andere de volgende thema’s een rol:

  • Rol en vorm van een wijkgericht samenwerkingsverband. De functie van een samenwerkingsverband wordt per wijk bepaald. Het is dus niet wenselijk om een blauwdruk te maken van hoe een samenwerkingsverband eruit moet zien. Wel kan per wijk in kaart worden gebracht welk type entiteit (denk aan functie, capaciteit, businessmodel) passend is. Aan de hand daarvan kan de juridische vorm worden bepaald.
  • Beslissingsbevoegdheid. Door vooraf duidelijkheid te scheppen over welke beslissingsbevoegdheid een wijkgericht samenwerkingsverband heeft, worden de juiste verwachtingen gewekt en teleurstellingen voorkomen. Bijvoorbeeld: wie beslist uiteindelijk welke energievoorziening er in een wijk komt: het samenwerkingsverband of de gemeenteraad?
  • Financiering. Niet elke bewoner is in staat de kosten van duurzame ingrepen te dragen. Gemeenten kunnen financieringsinstrumenten beschikbaar stellen, zoals subsidies en goedkope leningen, om een deel van de kosten te dekken. Ook zijn er landelijke instrumenten beschikbaar zoals het Nationaal Energiebespaarfonds. Het is raadzaam om een inschatting te maken van de totale kosten van de overgang naar een duurzame energievoorziening. Aan de hand daarvan kan in kaart worden gebracht welke rol de gemeente kan en wil spelen bij de financiering van de energietransitie.
  • Koppeling met andere beleidsdomeinen. Het thema energie raakt ook aan andere beleidsdomeinen zoals verkeer, sociale zaken, groen en recreatie. Een wijkentiteit kan aanpalende vraagstukken gebruiken om de verduurzaming van woningen te stimuleren én op andere domeinen een positieve bijdrage te leveren. In een wijk waar veel ouderen wonen, kan de verduurzaming bijvoorbeeld worden gekoppeld aan langer thuis wonen. In wijken waren water- of hitteoverlast is kan de verduurzaming gekoppeld worden aan klimaatadaptatie. Door een koppeling te maken met andere beleidsdomeinen, komt er vaak ook extra budget beschikbaar.

Benut de instrumenten uit de Omgevingswet als volgt:

Gebruik de Omgevingsvisie:

  • om keuzes (globaal) op wijkniveau vast te leggen. Dit biedt voor iedereen duidelijkheid;
  • om te stimuleren dat in gebieden of wijken samenwerkingsverbanden ontstaan die met initiatieven komen.

Gebruik het Programma:

  • om vast te leggen op welke manier bestaande wijken worden verduurzaamd. Neem zo mogelijk de volgende thema’s mee:
  • hoe u als gemeente bewoners stimuleert en welke rol u daarin neemt;
  • welke beslissingsbevoegdheid bewoners krijgen;
  • welke financieringsinstrumenten u als gemeente beschikbaar stelt en hoe daarbij verbinding met andere beleidsdomeinen kan worden gezocht.