Creëer ruimte in het omgevingsplan voor duurzame maatregelen.

Nieuwe energievoorzieningen gaan de fysieke leefomgeving significant veranderen. Door de overstap naar duurzame energiebronnen wordt energie meer lokaal opgewekt, geleverd en opgeslagen. Dit betekent dat zonnepanelen, windmolens en
isolatiemaatregelen lokaal moeten worden ingepast. De ruimtelijke impact van
maatregelen gaat daarbij vaak verder dan de ingreep op zichzelf. Bij een laagtemperatuur-warmtenet bijvoorbeeld, wordt er niet alleen nieuwe infrastructuur in de grond gelegd, maar moeten woningen ook worden geïsoleerd voordat ze kunnen worden aangesloten.

Gemeenten willen de opwek, opslag en uitwisseling van duurzame energie zo goed mogelijk faciliteren. Knelpunten in het omgevingsbeleid kunnen de energietransitie onnodig vertragen. Door in het omgevingsbeleid rekening te houden met de effecten van de energietransitie en hier slim op te anticiperen, kan de gemeente een stimulerende rol vervullen. Hieronder een aantal voorbeelden.

  • Toestaan van duurzame opwek, opslag en levering van energie. De huidige bestemmingsplannen kunnen belemmerend werken voor de opslag, opwek en levering van energie, bijvoorbeeld omdat gebieden een andere bestemming hebben. Om toch een omgevingsvergunning te krijgen, moet een afwijkprocedure worden gevolgd. In het omgevingsbeleid kan op voorhand worden opgenomen dat opwek, levering en opslag van energie in principe zijn toegestaan (onder nader te bepalen voorwaarden).
  • Keuzes maken rond ruimtelijke kwaliteit. Besparen van energie is voor de
    energietransitie van cruciaal belang. Het isoleren van de buitenkant van de
    woningen, zoals bij Nul op de Meter-renovaties gebeurt, heeft echter ook effect
    op hoe woningen er aan de buitenkant uitzien. Het ruimte scheppen voor de opwek van energie, zoals windmolens en zonnepaneelparken, heeft eveneens een ruimtelijk effect. Dit kan op gespannen voet staan met de eisen voor ruimtelijke kwaliteit. Door in het omgevingsbeleid rekening te houden met de impact van de energietransitie op de ruimtelijke kwaliteit wordt op voorhand een belangenafweging gemaakt. Ook kan duidelijk worden gemaakt welke kansen de energietransitie biedt voor de ruimtelijke kwaliteit van bestaande wijken. In het Schetsboek voor een Omgevingsplan Op Kwaliteit heeft de initiatiefgroep Mooiwaarts aangegeven hoe het Omgevingsplan gebruikt kan worden om doelen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit te realiseren.
  • Afstemmen van boven- en ondergrondse bestemmingsplannen. Ondergronds wordt het steeds drukker door een toename van bodemenergiesystemen. Ook wordt er steeds meer ondergronds gebouwd. Door een koppeling te maken tussen de boven- en ondergrond, kan een integrale belangenafweging worden gemaakt om zowel de boven- als ondergrondse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Verschillende provincies zijn al bezig met het maken van structuurvisies voor de ondergrond. Ook is er een nationale structuurvisie voor de ondergrond (STRONG) in de maak. De koppeling met bovengrondse bestemmingsplannen is nog niet vanzelfsprekend, maar de Omgevingswet biedt instrumenten om dit wel te kunnen doen.

Benut de instrumenten uit de Omgevingswet als volgt:

Gebruik de Omgevingsvisie:

  • om de functies duurzame opwek, opslag en levering toe te staan, mits wordt voldaan aan vooraf bepaalde criteria;
  • om ruimte te scheppen voor veranderingen in het uiterlijk/de afmetingen van woningen met het oog op isolatie en opwek van duurzame energie. Zo kan een overschrijding van de rooilijn of de toegestane hoogte vanwege energiemaatregelen worden toegestaan;
  • om energietransitie te koppelen aan andere maatschappelijke belangen, zoals gezondheid, wijktransformatie of sociale veiligheid;
  • om ondergrondse en bovengrondse functies te koppelen.